Wie heeft ervaringen met jeugdherbergen

Wil je jouw ervaringen met jeugherbergen kwijt en je gevoelens uiten? Doe het dan hier.
Van de Rustende Jager in Schoorl tot the Youth Hostel in Samoa. Nostalgische gevoelens, een pondje proza over gesnurk op slaapzalen, corvee, aparte herbergen voor jongens en voor meisjes, de jeugdherbergvader, alcohol ten strengste verboden, een warm welkom of een dichte deur, wat waren de prijzen in de vorige eeuw? Dit is de plek ervoor. Aan het moderatoren-team de vraag of zij de uitingen uit deze categorie op andere draadjes van het forum , die daar niet relevant zijn, naar dit draadje willen verplaatsen.
Even een correctie: de JH van Schoorl heette niet ‘De Rustende Jager’, maar ‘Teun de Jager’. Want ik bezit een hele lijst van alle Nederlandse jeugdherbergen met namen en adressen, wanneer opgericht en gesloten, vanaf 1929.

Ik heb zeer ruime ervaringen met jeugdherbergen. Mijn moeder schreef me op 1 november 1968 in bij de Nederlandse Jeugdherberg Centrale (NJHC) en ik ontving mijn lidmaatschapkaart op 1 februari 1969. Ik was toen 17 jaar oud. Die kaart gebruik ik nog steeds, maar wel in gezelschap van de tegenwoordige Stayokay-card. Alleen al vanwege de zig-zag vellen voor de stempels van jeugdherbergen die ik achter de trekkerskaart heb geplakt. De teller staat momenteel op 301 jeugdherbergen en de vellen zijn achter elkaar ongeveer 18 meter lang.

Oorspronkelijk zijn de jeugdherbergen bedoeld voor individuele reizigers van 18 t/m 35 jaar. In Zwitserland tot 25 jaar en in Beieren tot 27 jaar. Leden van de (nu toenmalige) Nederlandse Jeugdherberg Centrale (NJHC) werden trekkers genoemd, omdat zij trektochten maakten. De lidmaatschapskaarten werden dan ook trekkerskaarten genoemd. Begin jaren '80 is door besluit van de overkoepelende International Youth Hostel Federation (IYHF, tegenwoordig Hi-Hostels) de bovengrens bij leeftijden losgelaten. Alleen het conservatieve Beieren wil daar nog niet aan beginnen, tot vandaag de dag. Wat het minimum leeftijd nu is, weet ik niet. Ik heb daar nog wel eens mensen jonger dan 18 jaar ontmoet.
Tijdens prachtige fietstochten in binnen- en buitenland zijn overnachtingen voor mij standaard in de jeugdherbergen. Ik ben erg gelukkig mee en dat is ook mijn dubbele hobby: fietsen én jeugdherbergen.

Corvees verrichten kan ik me nog heel goed herinneren, wat later ging ik uit solidariteit spontaan meehelpen. Op de youth hostel van Lincoln heb ik de ramen gelapt…. Alleen omdat ik te doen had met de aardige YH-mevrouw, die onlangs weduwe is geworden. In Toronto (Can.) het trappenhuis schoongemaakt. In een DDR-Jugendherberge samen met een schoolklas in de keuken gewerkt, omdat ik het anders onsportief vond wanneer ik in m'n eentje in de Tagesraum ging zitten. Met de tegenwoordige HACCP-hygiëne-eisen mag dat nu niet meer. Van meehelpen met aardappels schillen of gezamenlijk de afwas doen is echter nooit iemand ziek geworden! Ik heb wel weinig jeugdherbergen meegemaakt waar ik voor mijn vertrek wel gevraagd werd om daar corvee te verrichten.

Wat prijzen betreft, moet ik mijn oude reisverslagen eens opzoeken: Vanaf 1969 kan ik me wel 9,75 gulden herinneren voor een nacht bij de NJHC, inclusief avondeten en ontbijt. Wel je eigen lakenzak meenemen, die aan de voorschriften voldeden. Jaren later mag dat niet meer vanwege de hygiëne-eisen. De youth hostel van Guestling (bij Hastings, Engeland) kostte me £ 1,10 in 1972, maaltijden inbegrepen. Het bonnetje hiervan heb ik nog. De achsanit no’ar (Hebreeuws voor jeugdherberg) van Tel Aviv kostte in 1979 omgerekend 9,73 gulden. In Jeruzalem betaalde ik voor drie nachten ƒ 23,61, alles inclusief! De prijs voor een nacht op de Jugendherberge van Aachen (Aken) in 1995 was inclusief warme Abendessen und Fruhstück DM 23,50. Maar een dag later kostte de JH van Münster maar liefst DM 34,50! Dus niet overal gelijk in Duitsland. Voor een schronisko (Pools voor jeugdherberg) van Oswieçim betaalde ik 35 zloty’s, wat in 1981 neerkwam op 2,77 gulden! Maar geen eten vanwege de daar heersende hongersnood. Heel goedkoop was de youth hostel in het Amerikaanse Boston in 1973 voor $ 1,50 including breakfast! Voor de DDR-Jugendherberg in Meißen betaalde ik kort na de val van de Muur 15,50 Mark. In 1975 vroeg de vandrerhjem van het Deense Køge 31 Deense kronen inclusief morgenmad. In 2012 betaalde ik tvåhundra kronor for ett natt med frukost på vandrarhem i Karlstad, Sverige. Op il ostello della gioventù (Italiaans voor jeugdherberg) van Rome betaalde ik (in 2006) 18 euro inclusief il colazione (ontbijt), maar voor il cena (avondeten) werd er € 6,60 apart betaald. Een nacht op de JH van Berlijn (Kluckstraße) kostte DM 35,– Mahlzeiten einbegriffen plus DM 25,– Pfandgeld voor de sleutel van je kamer, inclusief bagagekluis. Het allergoedkoopste was de youth hostel aan de Spadina Road in Toronto (Canada) in 1973: twenty-five cents, include breakfast! De mládežnická ubytovna (Tsjechisch voor jeugdherberg) in Praag rekende 40 koruna voor 1 nacht, geen maaltijden wegens de voedselcrisis. Dat was in 1981, omgerekend precies 10 gulden. € 11,20 werd er in 2002 betaald in de auberge de jeunesse in Tours (Frankrijk). Sans petit déjeuner….
Helemaal gratis was de youth hostel van het immigrantenstadje Holland (Michigan, USA) in 1982: ik verbleef daar twee nachten en omdat ik uit het ‘echte’ Holland kwam, vroeg men er niets voor!

Vroeger werden er wel leuke activiteiten georganiseerd: Een wandeling vanuit de jeugdherberg ‘De Mijlpaal’ in Vught met een oversteek over de Dommel over een touw, dat tussen twee bomen was gespannen. Met veel hilariteit voor wie de overkant niet heeft gehaald. Een nachtelijke spooktocht in de bossen tussen Amersfoort en Soest. Een excursie onder leiding van een gids in het natuurgebied De Boschplaat vanuit JH ‘Hanskedûne’ op Terschelling.
Een week lang Kerstvakantie met diverse programma’s in ‘ ’t Huis te Brecklenkamp’ bij Lattrop. Ook vanuit daar konden wij met Pasen de Paasvuren bijwonen.
Op ‘ ’t Heemet’ in Vaals werden wij ’s morgens gewekt door muziek, die uit de luidsprekers in de slaapzalen schalden. Op de Jugendherberge van Mainz heel vroeg opstaan voor de Fruhstück, die al om 6.30 uur begon! Sommige grote jeugdherbergen beschikten over een eigen discotheek, zoals auberge de jeunesse 'Choisy le Roi' bij Parijs (in 1978): wat heb ik veel leuke meiden ontmoet (ik was toen nog niet getrouwd), dat ik de volgende dag in hun gezelschap de bekende Parijse bezienswaardigheden heb bezocht, plus een romantisch boottochtje op Versailles. Op JH ‘De Meerpaal’ in Dordrecht deden wij allemaal aan volksdansen (1971).

Uiterst onvriendelijk was de jeugdherberg ‘De Draeke’ in Gent (Vlaanderen), gevestigd in een oud kloostergebouw aan het Sint Pietersplein. Naast de JH stond een grote kerk met Italiaanse bouwinvloeden. Hier geen vriendelijke jeugdherbergouders, maar twee lelijke, oudere vrouwen in witte schorten. Het leken wel strenge verpleegsters te zijn van een krankzinnigengesticht. Het aanmeldingsloket bestond slechts uit een klein loketje in een dichte deur, met onderaan een opening met ervoor een klein liggend plankje. Deze opening kon met een houten klepje afgesloten worden. Als je hier een flesje sinaasappelsap wilde kopen, schoof de norse vrouw het flesje, dat nog maar net in de opening paste, naar je toe en dan, pats, ging het klepje dicht. De aanwezige trekkers werden hier onvriendelijk behandeld. Het leek alsof ik voor straf werd veroordeeld tot dit kloosterleven. De naam van het plein, de grote kerk ernaast, het strenge katholieke interieur drongen hier heel indringend tot je door. In de lange gangen kon je als het ware elk moment een strenge pastoor of non tegenkomen. Wie de weg naar de eetzaal vroeg, werd je bij je oor beetgepakt en meegetrokken en dan de eetzaal ingeduwd. Met een zware metaalachtige klik van de grote grendel ging de deur op slot. Er was veel te weinig eten. Slechts twee broodjes en een kommetje met slechte koffie. Dat was alles. Het was net een tuchtschool. De beroemde film ‘One flew over the Cuckoo’s Nest’ had hier net zo gemaakt kunnen worden. De douche gaf alleen koud water.
De volgende morgen was het gedrag van de twee vrouwelijke ‘cipiers’ nog erger. Netjes in de rij staan om je ontbijt bij het keukenloket op te halen, anders een draai om je oren. Aan de tafels ook brood en slappe koffie, ditmaal was er abrikozenjam bij. Meer niet. De gasten keken elkaar stilzwijgend aan. Sidder en beef! Onmiddellijk na het ontbijt ben ik ervandoor gegaan. Dat gebeurde in juli 1972.
Van alle jeugdherbergen, waar ik tot nu toe heb overnacht, staat de JH van Gent qua gezelligheid nog steeds onderaan mijn lijst!

Afbeelding
Bovenaan de beide NJHC-trekkerskaarten van mijn ouders uit 1946 en 1948; in het midden het vaantje van mijn vader uit omstreeks 1950 en onder mijn trekkerskaart. Bol en dik geworden vanwege de vele stempels.
Afbeelding
Gezellig muziek maken in JH. ‘De Mijlpaal’ in Vught (1969).

Afbeelding
Niks geen smartphones of tablets, maar ouderwets gezellig bij elkaar in JH. ‘ ’t Sangershoes’ in Beegden (1970).

Afbeelding
Afwascorvee in JH. ‘Stadsdoelen’ in Amsterdam (1972).
Op de voorgrond een aardige Britse waarmee ik jarenlang heb gecorrespondeerd.

Afbeelding
De Speiseraum in JH. 'Walter Husemann' in Plau, DDR (1991).

Afbeelding
Voor een met turf (!) gestookte open haard lees ik een Ierse krant in de JH. van Knockree, Ierland (2002).
Martin , ik vind het altijd weer een feest om jouw uitgebreide en goed gedocumenteerde verhalen te lezen .
Bedankt .
ANDO schreef:Martin , ik vind het altijd weer een feest om jouw uitgebreide en goed gedocumenteerde verhalen te lezen .
Bedankt .
Je woorden doen me goed; soms voel ik me zelf een ouwe l*l die gedateerde verhalen ophang..... (geboren 1951)
Mij haal je niet meer in hoor .
(1948)
ANDO schreef:Mij haal je niet meer in hoor .
(1948)
Als ik al zoveel fietstochten heb gemaakt (in het binnenland al vanaf mijn veertiende en in het buitenland vanaf toen ik achttien was), verbaasde ik me soms om al die oude automodellen op straat terug te zien. Zelfs m'n zus vond het ook leuk om straatbeelden van decennia lang geleden te zien. Vaak herkenbaar.
De foto hieronder heb ik vanuit mijn fiets in Bawtry (Engeland) genomen, in 1972. Ik had nog nooit zo'n piepkleine politieauto gezien: hier rechts op de voorgrond.

Afbeelding
Zwiterland heeft een uitstekend systeem van prachtige fietsroutes. De bewegwijzering is in geen enkel land zo duidelijk. Helaas kan overnachten in Zwitserland kan een dure aangelegenheid zijn en zeker in het mondaine Interlaken. De enige betaalbare plek die ik daar vond was de jeugdherberg. Een prachtig, nieuw en centraal gelegen gebouw bij het station dat zich niet lijkt te onderscheiden van de hotels in de stad met megatarieven. Ook eten kan behoorlijk in de prijzen vallen in Zwiterland. Het menu van de jeugdherberg is eenvoudig, maar de maaltijd smaakte prima en dat voor weinig geld volgens Zwitserse begrippen.
Zwitserland heeft maar liefst 52 jeugdherbergen.
De Zwitserse jeugdherbergen bevinden zich vaak op prachtige locaties en hebben elk een eigen karakter. Zo kun je overnachten in een villa, een kasteel, een voormalige fabriek of een modern design gebouw. De meeste gasten verblijven in kamers voor twee tot zes personen en er geldt geen leeftijdsgrens meer. De 5 jeugherbergen van Swiss Youth Hostels hebben kwaliteit, betaalbaarheid en sociaal verantwoord en duurzaam toerisme hoog in het vaandel staan.
Maar in enkele gevallen heb ik een gesloten of volgeboekte jeugdherberg meegemaakt. Voor mij werd er in de gang een stretcher neergezet. In één geval noodgedwongen in de open lucht geslapen tussen de struiken. Zonder slaapzak! In dit geval kan er ook iets leuks en aangenaams uit voortkomen. Het gebeurde in 1981 tijdens mijn fietstocht van Praag naar Warschau, ongeveer 1100 kilometer in twee weken. Dus in het toenmalige Tsjechoslowakije. Hier een stukje uit mijn reisverslag, dat mij nu te binnen schoot:

Vanuit de heuvels zag ik Svitavy in de verte liggen met links daarvan grote fabrieken. Veel rookpluimen stegen op uit de pijpen. Ik had geen idee hoe dit stadje eruit zou zien, het staat in geen enkele reisgids vermeld. Tot mijn verrassing heeft het een pittoresk marktplein, vergelijkbaar met het bekende stadje Telč, elders in Tsjechoslowakije. Het langgerekte plein, Namestí Miru, met een gebeeldhouwde fontein in het midden, was helemaal omringd door kleurrijke barokke gevels met arcadenbogen. Een witte raadhuistoren vormde een aardige onderbreking in de gevelrij. In het uitspringende huis met het grote grijze dak, rechts naast de stadhuistoren, sliep in 1776 de Habsburgse keizer Jozef II.

Afbeelding

Het was erg moeilijk om de jeugdherberg te vinden. Ik verliet op mijn rode Gazelle het oude centrum en kwam in de buurt van de fabrieken bij een grauw uitziende café terecht, om daar de weg te vragen. Op het bord boven de deur stonden de letters Pohostinství, wat gastvrijheid betekende. Bij het binnentreden was het een donkere bierdrinkgelegenheid met vooral fabrieksarbeiders. Op de tafels stonden grote glazen bierpullen. Ik probeerde in het Duits te vragen: „Kann Ich hier der Weg fragen?” Als reactie daarop staken vrijwel alle kerels hun vuist op, met de duim tussen wijs- en middelvinger. Een obsceen gebaar, dat in Oost-Europa blijkbaar ook al niet onbekend is. Daar schrok ik van. In wat voor hol ben ik terecht gekomen? Het zijn eigenlijk geen kwaaie figuren, meer in de trant van de „Brave soldaat Švejk”, naar een beroemd Tsjechisch verhaal. Ze deden alleen maar lollig. Heel onverwacht stond een jonge vrouw op uit de menigte van de fabrieksarbeiders en met enkele felle woorden bracht zij de mannen tot bedaren en zij liep recht op me af. Zij stelde zich voor als Marie en zij begreep mijn vraag. Ik liet haar de adressengids van de Tsjechische jeugdherbergen zien en wees het adres in Svitavy aan. Zij was ook op de fiets en zij stelde mij voor om haar te volgen naar de jeugdherberg. Ik vroeg haar wat zij in zo’n goor café te zoeken had. Haar oom en neef werkten ginder op de fabriek en het was na vijf uur, tijd voor een gezellige babbel. Marie, die 25 jaar was, studeerde op de universiteit in de stad Brno, van waaruit zij net aangekomen was en wilde haar oom en neef in het café oppikken op weg naar hun huis. Bij het buitenkomen kon ik een foto maken van dit groepje Tsjechen voor het café, wat een typisch pittoreske Oostblok-plaatje heeft opgeleverd.

Afbeelding
Rechts staat Marie, links haar oom (met bril) en in het midden haar neef. De twee in blauwe overalls zijn fabrieksarbeiders.

Marie wilde meer doen dan alleen mij naar de jeugdherberg brengen, door bij haar thuis uit te nodigen voor een avondmaaltijd. Nogal onverwacht voor me en ik was er niet gerust op, zomaar bij wildvreemde mensen. Het vrijstaande huis stond even buiten de noordwestkant van Svitavy en er lag een grote tuin rondom met bossen op de achtergrond. Daar is de foto hieronder genomen.

Afbeelding

Haar tante, een eenvoudige maar gemoedelijke plattelandsvrouw, deed de deur open. Marie legde haar bedoelingen uit en met een welkomstgebaar beduidde de tante mij binnen te komen. Er was een grote leefkeuken met een flinke tafel in het midden. Ik kan me niet meer herinneren wat er te eten was, maar er waren wel aardappels en een soort Duits brood met pittige vleeswaren. Het was ouderwets gezellig. De tante kookte op een groot kolenfornuis met losse ijzeren ringen in de kookplaat. Het leek wel alsof ik in de jaren dertig was beland. Marie kende als enige persoon Duits en zo verliep de communicatie via haar tot de familie. De rest sprak uitsluitend Tsjechisch, die totaal niet te begrijpen is. Later gingen Marie, haar neef en ik gedrieën naar de jeugdherberg, ongeveer een kilometer verderop aan dezelfde onverharde weg. Het is een vrij modern gebouw met een schuin aflopend dak midden in het bos gelegen, die „Pionýrský Haj” heette. Het woord haj betekent bos. Het dagverblijf bleek, nadat ik de deur open had gedaan, vol te zijn met spelende kinderen, die allemaal feestelijk verkleed waren. Het leek wel op kindercarnaval. Links zag ik een kantoortje met balie. Bij het aanmelden moest ik een teleurstelling verwerken: de jeugdherberg was vol, 48 bedden welk aantal gelijk stond met 48 kinderen en hun verblijf was al in februari 1981 gereserveerd, ik drie maanden geleden maar geen antwoord ontvangen. De JH-vader Alois Kolácek was rond de veertig en was wel redelijk. Hij begreep mijn „pech” wel. Marie en haar neef stonden achter mij. Alois leunde wat achterover en pakte iets uit de bureaula: een rood lidmaatschapsboekje van de Kommunist Strana Českeslovenska, de partij van dit land. Met een rukje schoof hij dit voorwerp voor mijn ogen. Ik was niet erg van onder de indruk en bekeek het fraai bedrukte document.
Na wat over en weer gepraat (daarbij had ik vier bladzijden van mijn kladblokje in het Duits volgeschreven....) stelde hij voor dat ik in een tent kon slapen. De Tsjechen zijn echte kampeerliefhebbers en hij had een tent in bezit. Voor de prijs van 40 Kčs, maar geen ontbijt. Op korte afstand van de jeugdherberg wees Alois een mooi plekje in het bos aan. Samen met Marie en haar neef hebben wij het hele zaakje opgezet. Het was een stevig, enkeldaks canvas tentje. Aangezien ik alleen een lakenzak had, kon er een deken uit de jeugdherberg geleend worden. Geen probleem. Mijn overnachting was gered. Even later zijn mijn „begeleiders” terug naar huis vertrokken. Later vanavond ging ik in de tent slapen.

Afbeelding

Het was de volgende ochtend stralend zonnig weer. Ik genoot van het bos om me heen. Toen kwam Marie al heel vroeg aanfietsen en hield mij warm gezelschap, nog voor ik opstond…. Ik kon me in de jeugdherberg wassen enz. en na het afstempelen van mijn NJHC-trekkerskaart liep ik op de tent af om deze af te breken. Ook nodigde zij mij uit om bij haar thuis te ontbijten! Wat een gastvrijheid. Maar eerst mijn spullen opbergen, fiets gereedmaken en de tent naar Alois Kolácek terugbrengen.
Na het ontbijt gingen haar oom en neef naar de fabriek en ik nam ook afscheid van de rest van de familie. Marie fietste nog een klein stukje met me mee naar het volgende dorpje Koclírov en na lieve afscheidszoenen van haar was ik weer alleen op de wereld. Ik had haar adres in Brno genoteerd, maar of er censuur bestond op briefpost vanuit het Westen naar het communistische Tsjechoslowakije, heb ik niet aangedurfd haar te schrijven, om haar en de familie niet in moeilijkheden brengen.
Op naar de volgende jeugdherberg in Olomouc, 81 kilometer verderop, onderweg een fraai en schattig Russisch-orthodox kerkje van Řimice bezocht, die moeten jullie eens zien!
https://www.google.nl/maps/place/Kostel ... 78!6m1!1e1
Weer een prachtig verhaal, Martin en ook schitterende foto's !!!
Heb je er weleens aan gedacht iets in boekvorm uit te brengen ?
SanderZ schreef:Weer een prachtig verhaal, Martin en ook schitterende foto's !!!
Heb je er weleens aan gedacht iets in boekvorm uit te brengen ?
Ik heb enkele tientallen boeken vroeger eerst met de hand geschreven, later op mijn computer overgetypt (Adobe PageMaker 7.0) met gescande foto's en dia's en uitgeprint in hoge kwaliteit op 120 grams papier, voorzien van een spiraalrug. De omslagen voor en achter zijn gelamineerd. Ik ben grafisch vakman. Zelfs van mijn mooie fietstochten in 1970, 1982 en 1984 heb ik nog niets geschreven! Allemaal ieder één exemplaar voor mijn boekenkast, van sommige exemplaren twee voor familieleden. Eén boek heb ik volledig in het Zweeds geschreven. Maar een uitgever benaderen en dat gaat wat kosten.... en hoe groot is de „lezersmarkt" ervoor?
Naar aanleiding heb ik nu een foto van een deel van de boeken genomen.
Op de planken boven mijn computer staan, alleen al van mijn fietstochten, ruim vijfduizend dia's in magazijnen.

Afbeelding
Martin E. van Doornik schreef:
SanderZ schreef:Weer een prachtig verhaal, Martin en ook schitterende foto's !!!
Heb je er weleens aan gedacht iets in boekvorm uit te brengen ?
Ik heb enkele tientallen boeken vroeger eerst met de hand geschreven, later op mijn computer overgetypt (Adobe PageMaker 7.0) met gescande foto's en dia's en uitgeprint in hoge kwaliteit op 120 grams papier, voorzien van een spiraalrug. De omslagen voor en achter zijn gelamineerd. Ik ben grafisch vakman. Zelfs van mijn mooie fietstochten in 1970, 1982 en 1984 heb ik nog niets geschreven! Allemaal ieder één exemplaar voor mijn boekenkast, van sommige exemplaren twee voor familieleden. Eén boek heb ik volledig in het Zweeds geschreven. Maar een uitgever benaderen en dat gaat wat kosten.... en hoe groot is de „lezersmarkt" ervoor?
Martin, een uitgever zoeken zou inderdaad zonde van je tijd zijn. Uitgevers zijn erg kieskeurig en gaan ook niet altijd even netjes met auteurs om. Maar je hebt ook helemaal geen uitgever meer nodig om je verhalen te publiceren. Ik denk dat jij een hele leuke website in elkaar zou kunnen zetten, waar iedereen jouw verhalen en foto's zou kunnen lezen. Veel wereldfietsers doen dat al, maar er zijn maar weinig fietsreisverhalen uit de vorige eeuw te vinden. De sfeer in jouw verhalen is ook anders dan gebruikelijk.
Bij het lezen van jouw verhaal over Tsjechoslowakije moest ik gelijk aan mijn eigen tochten in die contreien denken, die ik in de jaren 80 maakte (waarvan ik de meest bijzondere uit 1984 online heb gezet).
Hallo Kees Swart,
Heb ik eraan gedacht, maar hoe kan ik een eigen website opzetten? Heb van alles geprobeerd, maar nooit gelukt.... Bovendien kunnen mijn Adobe PageMaker 7.0 bestanden – waarmee ik mijn boeken heb opgemaakt – niet in pdf omgezet worden. Dat wordt een hoop werk.... Jouw verhalen van 1984 heb ik al eerder gelezen en heel herkenbaar! Nog onder de hamer en sikkel fietsen kan tegenwoordig haast niet meer, behalve China of Noord-Korea. Soms ben ik bang voor reacties op mijn oude reisverhalen, in de trant van ouwe meuk en zo. Maar dat is gewoon geschiedenis, hoor!
Gr van Martin
Een mooie website bouwen gaat inderdaad niet vanzelf en kost tijd. Je moet het echt willen. Hoe je dat het beste aan kunt pakken, is voor iedereen een ander verhaal. Zelf heb ik destijds (circa 17 jaar gelden) eerst een cursus 'website bouwen met html' in Amsterdam proberen te volgen. Dat was geen succes. Het klikte niet met de warrige docent, die veel met begrippen en weinig met beelden werkte. Het voelde als de scheikundelessen op de middelbare school en na een paar weken haakte ik af.
Het verlangen om zelf een website te maken, bleef echter bestaan. Enkele jaren later volgde ik een cursus 'webdesign met Dreamweaver' in Leiden. Weer met een warrige docent, waar het gelukkig wel mee klikte. Hij werkte niet volgens een strak schema, maar gaf wel veel voorbeelden. Bovendien werkte hij niet met een boek, maar kregen alle cursisten een cd met het programma Dreamweaver (met een gekraakte code :wink: ) mee om thuis dingen uit te proberen. Dat werkte bij mij: ik leer het beste door met vallen en opstaan door te krijgen wat wel en wat niet werkt. Ik vind dan mijn eigen 'wiel' uit. Zodra dat wiel eenmaal draait, ga ik het vergelijken met andere wielen die volgens de officiële methode zijn gebouwd. Uiteindelijk krijg ik dan een wiel dat niet onder doet voor andere wielen, maar waarvan ik wel precies weet hoe het werkt.
Op het internet zijn er vast en zeker sites te vinden die je op weg kunnen helpen. Misschien ken je nog oud-collega's of andere mensen uit de grafische wereld waar je tips van kunt krijgen. Succes met het zoeken naar een methode die bij jou past!
Martin, de makkelijkste manier om tegenwoordig een website te bouwen is wat mij betreft via wordpress.com. Je zou dat eens kunnen proberen, het is gratis.

Overigens zegt Adobe zelf dat je vanuit Pagemaker 7.0 gewoon naar PDF kunt exporteren (https://www.adobe.com/products/pagemaker/pdfs/pm7ov.pdf)
Ik zag wat moois opbloeien, daar met Marie... Was er toen al een mevrouw Van Doornik :wink: ?

Echt leuk te lezen Martin!
Martin E. van Doornik schreef:Bovendien kunnen mijn Adobe PageMaker 7.0 bestanden – waarmee ik mijn boeken heb opgemaakt – niet in pdf omgezet worden.
Met een gratis programma als PDFCreator kan alles wat geprint kan worden, omgezet worden in een PDF.
Je verhalen en foto's vormen een schitterend tijdsbeeld, Martin. Vooral de foto's uit het Oostblok fascineren me (ik ben er zelf in die periode nooit geweest). Ik zou zeker eens naar Wordpress kijken als ik jou was, in combinatie met een eigen domein (kost niet meer dan een paar tientjes per jaar), een website in Wordpress maken zal voor een grafisch vakman als jij feitelijk een fluitje van een cent zijn!
Travelmaster schreef:Ik zag wat moois opbloeien, daar met Marie... Was er toen al een mevrouw Van Doornik :wink: ?
Een van de vaste ingrediënten in Martins fietsverhalenmenu :wink:
Zoals in dit topic:
Martin E. van Doornik schreef:Rond 1980 had ik verkering met een Duitse mokkel en toen kon ik makkelijk und einfach per trein naar Wesel, fiets altijd mee!
Ze heette niet toevallig Sabine? In 1982 fietste ik met een internationale vredesfietstocht mee naar Wenen. In de laatste week fietste ene Sabine uit Wesel mee, een leuke brunette van een jaar of twintig, die tot mijn verbazing vrij snel de tent deelde met een stevig drinkende en blowende Engelsman, die er minstens 20 jaar ouder uitzag...
keesswart schreef:Ze heette niet toevallig Sabine? In 1982 fietste ik met een internationale vredesfietstocht mee naar Wenen. In de laatste week fietste ene Sabine uit Wesel mee, een leuke brunette van een jaar of twintig.
Nee, zij heette Beate en woonde in Schermbeck. Nu al lang uit het hart....
Sinds 1985 ben ik giga gelukkig getrouwd met Jeannette, een mooie brunette die uit mijn geboorteplaats Blaricum afkomstig is.