Wandelen of fietsen: een zwerftocht in Noord-Spanje

1 (3).jpg
Spanje 2019

Na vele jaren met auto en tent op wandelvakantie te gaan (o.a. Schotland, Portugal, Roemenië) waren wij in 2018 voor de eerste keer op fietsvakantie geweest met het hele gezin. In drie etapes hadden we de Frontlijnroute uitgereden: Diksmuide - Armentières samen met mijn vrouw in februari, Arras - Compiègne in de paasvakantie en Compiègne - Basel in de zomervakantie, beide met het hele gezin.

4.jpg
Col du Calvaire, augustus 2018

Die vakantie was een groot success dus wilden we dit jaar weer met de fiets op stap. Maar er waren wel wat opmerkingen waarmee rekening gehouden moest worden:
  • Dochterlief wou meer wandelen.
  • Moederlief wou niet vliegen.
  • Papa, ik, wou interessanter landschap.
Hoe indrukwekkend de Frontlijnroute ook is wegens zijn thematiek, landschappelijk stelt het niet zoveel voor. Ik onthield de plussen: Noord-Frankrijk en Picardië (love it for all the wrong reasons), de Argonne en de Maasheuvels in de buurt van Verdun. Bij de minnen in de eerste plaats de omgeving van Reims; wij waren daar al verschillende keren met de auto gepasseerd op weg naar verdere buitenlanden. Telkens vroegen wij ons af wat er nu eigenlijk te zien was en hoe het is om tussen zo'n enorme velden te leven. De Frontlijnroute heeft het duidelijk gemaakt: er is volledig niets te doen en te zien en ik hoef het ook niet meer te ervaren.

Lotharingen was ook al zo miserabel, maar de grootste afknapper vond ik de Vogezen: we hebben fijn gefietst en gecampeerd in de omgeving van Ban-de-sapt maar hoe hoger je komt hoe erger het wordt. Bovenstaande foto vanop de Col Du Calvaire, het hoogste punt van de Frontlijnroute, spreekt boekdelen. Je doet al die moeite om naar boven te kruipen -- en mijn vrouw heeft de hele vakantie gestressed op die klim -- om daar dan quasi van de weg gereden te worden door een truck met oplegger. En dan die omgeving, 't is zelfs nog fakker in Maaseik of Deurne-zuid.


1 (1).jpg
Genieten in Noord-Frankrijk, april 2018

Ikzelf was heel graag naar Georgië geweest, maar mijn vrouw was principieel: zij (en ik) had al meer dan 20 jaar niet gevlogen uit ecologische overwegingen en dit ging nu niet veranderen. Mijn argument dat het nu nog betaalbaar is maar binnenkort hopelijk niet meer ging in dovemans oren verloren.


1.jpg
Dreaming of a white christmass in Belgium, Basel, augustus 2018

Maar er was nog een gebied dat mij interesseerde: Noord-Spanje. De directe aanleiding was een foto die willem.m in Raadje Plaatje gepost had, lang geleden, toen er nog smaakmakende foto's in Raadje Plaatje te zien waren. Spanje is voor ons ook een blinde vlek, buiten de Pyrreneeën (2x) en Extremadura (vanuit Portugal) en Barcelona hadden we nog niets gezien, afgeschrikt door massa-toerisme, de hitte en de taalbarrière, wij spreken geen van twee Spaans.


1 (2).jpg
Somiedo
Met de flixbus naar St Jean de Pont. Daarna via de Jakobsroute naar Santiago en door naar Finisterre en vervolgens via de Noordelijke route weer terug. Dat wil ik komend jaar gaan doen en dan via Langs oude Wegen terug naar huis.
Met de TGV naar Hendaye aan de Spaanse grens. Daar de route naar Santiago van de helaas overleden Clemens Sweerman. Van Santiago naar Mérida via Zilverroute van Paul Benjaminse. Van Mérida naar Pau net over de grens in Frankrijk via de Ruta Iberica van Paul Benjaminse. Terug met de trein. Treinkaartjes en reserveringen voor de fiets bij de Treinreiswinkel. www.treinreiswinkel.nl
Over Noord-Spanje gesproken, zie dit prachtige landschap:

Inspired by the Vuelta de Vasco bikepacking route, Cass and his family head off to the Basque Country to bite off a chunk of the ride, crossing Spain’s Sierra de Urbasa in western Navarre by way of high plateaux, lush forest, Vías Verdes, and druid stones.

Afbeelding

Foto Cass Gilbert
Herkenbaar die grote velden met wijnranken, graan etc.
Maar ik kon de schoonheid er wel van inzien. Smaken verschillen gelukkig.
Noord Spanje is mooi, maar je moet wel trappen in de Pyreneeën, de route van st Jean naar Santiago is wel druk met pelgrims maar met kinderen is een kant en klare route wel praktisch.

Dat stuk rond Cuenca is schitterend maar meer voor geoefende en sterke benen.

Leuke plannen en hopen dat de kinderen het ook zo blijven ervaren.
Veel plezier alvast
Anja
Bedankt voor jullie reacties, ik probeer mijn verslag zo snel mogelijk af te werken.

Ik ben wel vergeten vermelden dat ik verleden jaar een onverwachte pluspunt van fietstrekken heb ervaren: het fietsen maakt dat saaie landschappen toch nog aangenaam passeren, zoals bijvoorbeeld de stukken rond Reims. Te voet lijkt me dat de hel, maar met de fiets is het doenbaar.
Ik (vrouw, 68) reisde eind september per trein met bepakte fiets naar noord-Spanje (2 dagen met 5 grote overstappen, vanuit Xativa terug in 3 dagen met 9 overstappen totaal) en heb daar een voor mij fantastische, stille, eenzame, en regelmatig zonovergoten route gefietst, de Camino del Cid m.b.v. van een geweldige Spaanse website die ook Engelstalig wordt aangeboden.
Prachtroute voor wie het leven wil overdenken en wil bijleren op Spaanse/Europese geschiedenis.

Ik zou dit never nooit met mijn kinderen gedaan hebben. En aan ieder die het me vroeg sterk afraden. Het maakt geen donder uit dat deze route vrij goed beschreven is en daarmee ondanks de grootse en lege natuur ook veilig is voor een soliste die bovendien in de schaarse dorpjes veel gemakkelijker hulp en aandacht krijgt dan een groep(je), per definitie meer op elkaar gericht en mogelijk teveel voor het doorgaans schaarse onderdak.
In 3 weken, 1100 km, zag ik geen lopers, 1 Madrileens jong stel fietsers onderweg die 5 dagen een rondje maakten en wildkampeerden, verder meestal max.3 auto's per dag en dorpjes van 2-50 inwoners. In de oostelijke provincies weer meer verkeer en mensen en westerse welvaart. Waar ook overal weer voldoende eten en drinken is en toenemende massa.

Vanuit Burgos vertrokken, toen ik daar als enige op de CIDroute linksaf ging, vanuit de pelgrimsherberg naar rechts nog een flinke mondiale groep pelgrims richting Santiago, lopend en fietsend. Eerder vanuit Irun vertrokken ook nog wel zo'n 20 goed getrainde lopers en 2 fietsers voor de stillere en zwaardere noordelijke route. Geen kinderen uiteraard, meest gespierde senioren en een enkele jongere loper.

Kortom, de gedachten zijn vrij en ieder moet zeker doen wat ie niet laten kan, maar de Efteling is natuurlijk niet voor niets ontwikkeld. Prachtige zwerftochten mogelijk daar voor jonge kinderen! Iets minder interessant voor de ouders maar die kunnen dan later weer aan hun trekken komen :D
BikerCH schreef:
di 29 okt, 2019 10:44
Ik (vrouw, 68) reisde eind september per trein met bepakte fiets naar noord-Spanje (2 dagen met 5 grote overstappen, vanuit Xativa terug in 3 dagen met 9 overstappen totaal) en heb daar een voor mij fantastische, stille, eenzame, en regelmatig zonovergoten route gefietst, de Camino del Cid m.b.v. van een geweldige Spaanse website die ook Engelstalig wordt aangeboden.
Prachtroute voor wie het leven wil overdenken en wil bijleren op Spaanse/Europese geschiedenis.
Ik zou dit never nooit met mijn kinderen gedaan hebben.
Geheel mee eens. Spanje is in het algemeen ongeschikt voor fietstochten met kinderen. Weinig campings, altijd bergen, grote afstanden tussen dorpen, vrij extreem klimaat. De suggestie om de Camino Francés te gaan fietsen met kinderen lijkt me helemaal surrealistisch, er zijn maar weinig dagen met minder dan 1000 hoogtemeters op die tocht.
Er is één uitzondering denkbaar: de Vias Verdes, fietsroutes over oude spoorwegtrajecten, zijn met kinderen uiteraard wel mogelijk. Dan houd je de stijgingen in elk geval een beetje beperkt. Maar je maakt bij mijn weten geen hele vakantie vol via vias verdes.
Als ik bdr, topic-starter, goed begrijp,
vraagt ie geen advies maar heeft ie de tocht al samen met z'n kinderen gemaakt.

Benieuwd naar de ervaringen en herinneringen die zij aan die trektocht overhouden.
Zelf prettige ervaringen in Spanje en vooral ook Noord-Spanje en
denk dat kinderen hier ook veel voor over willen hebben.
We kennen trouwens hun leeftijd niet
en zijn ze Efteling of pretparken al 'jong' ontgroeid.

Kijk dus uit naar je verslag(en), bdr
Gammon schreef:
di 29 okt, 2019 21:18
Als ik bdr, topic-starter, goed begrijp,
vraagt ie geen advies maar heeft ie de tocht al samen met z'n kinderen gemaakt.

Benieuwd naar de ervaringen en herinneringen die zij aan die trektocht overhouden.
Zelf prettige ervaringen in Spanje en vooral ook Noord-Spanje en
denk dat kinderen hier ook veel voor over willen hebben.
We kennen trouwens hun leeftijd niet
en zijn ze Efteling of pretparken al 'jong' ontgroeid.

Kijk dus uit naar je verslag(en), bdr
o ja, nu snap ik het. Ik laat mijn eerste reactie over Spanje ongeschikt met kinderen maar staan en laat me graag verrassen!
2.jpg
Noord-Frankrijk, 2018

Voorbereiding

Qua voorbereiding ging deze reis zijn normale gangetje. Ik heb wat naar Google Maps gekeken, en de routes van de Clemens Sweerman naar Santiago gedownload.

We zijn op bezoek geweest bij vrienden die ons de Michelin-kaart Asturië-Cantabrië 1:250.000 en Bergtochten in de Cordillera Cantábrica en de Picos de Europa van Jan Knaapen meegaven. Aanraders waren volgens hen Nationaal Park Somiedo en de streek rond Riaño vanaf de camping in Boca de Huérango. Ikzelf wou wel graag boven in de Picos de Europa geraken, liefst zonder kabellift.

In tegenstelling tot vorig jaar wou ik geen vastliggende route. De Frontlijnroute was een anomalie voor ons: normaal gezien weten wij niet goed waar we beginnen noch waar we eindigen. Ik hou wel van die vrijheid, het volgen van de Frontlijnroute voelde enigzins beklemmend aan, alsof de hele vakantie al uitgetekend is. Maar ik ga niet ontkennen dat een route comfortabel is, zeker als ze goed gemaakt is als de Frontlijnroute. Bij onze ongeregelde vakanties hebben we minstens één complete off-day waar alles misloopt en iedereen op elkaars lip zit, zo'n dag waar je niet op de juiste plaats op de juiste tijd bent.

4.jpg
Santiago-route en noordelijke variant, Clemens Sweerman

Heen en weer

Na onze eerste ervaring met Flixbus wilden we alleen nog met Flixbus als alles op papier stond. Geen gedoe met reservaties met een latere bijboeking van een fiets, gewoon van het begin af correct. Daarmee bleek Flixbus onmogelijk; alle opties naar Spanje of Zuid-Frankrijk vielen weg zodra je meer dan 3 fietsen aanklikte in de zoekfunctie.

Later blijkt dat zelfs een officiele boeking niet volstaat, dat Flixbus je laat staan met je fiets ongeacht je reservatie en betaling maanden op voorhand.

Verdere opzoekingen van mijn vrouw leverden een mogelijkheid om in het zuiden van Frankrijk te raken met de trein. Ver van onze bestemming, enkele reis meer dan 500€, fietsen moeten gedemonteerd.

1.jpg
Fietsen op de remork, Roemenië 2017

Voor meer dan 1000€ kunnen we het beter zelf doen. Mijn vrouw opperde de mogelijkheid de fietsen opnieuw met de auto mee te nemen. Ik was daar niet zo happig op: bij onze Roemenië-reis had ik heel hard gepushed om de fietsen mee te nemen. Deze reis had aangetoond dat fietsen nieuwe zichten en extra horizonten bovenop wandelen oplevert, maar het duurde één tot anderhalf uur om de fietsen op en af te laden, en vooral, de fietsen hadden heel erg hard geleden onder de combinatie remork en Roemeense wegen.

Maar zij dacht dat het wel ging lukken met de fietsbagage en één fiets in de auto en drie fietsen op de fietsendrager op de trekhaak. En inderdaad, het lukte, en nog goed ook: ik heb nog nooit tijdens onze lange wandelvakantie-geschiedenis door de achterruit van de auto kunnen kijken tijdens het rijden. Is al dat dure kampeergerief toch al voor één ding goed...

Het plan werd dus als volgt: zowieso Somiedo en Picos De Europa. Verder auto achterlaten in León, een lus van de Santiago-route gecombineerd met de noordelijke variant. Als het even kan tot aan de grens met Portugal want natuurpark Montesinho was vele jaren geleden heel mooi.

3.jpg
Onderweg naar Spanje, 2019
2.jpg
De fietsen

Ondertussen moest ik mij dringend met de fietsen bezighouden. Dit was de situatie voor aanvang van de reis:

  1. Ik rij met een Batavus Cayuca (1999), 2x10 speed.
  2. Mijn vrouw rijdt met een Koga Myata TerralinerLadyT (2001), 3x9.
  3. Mijn dochter rijdt met een 26 inch Cube Team 260, 3x9.
  4. Mijn zoon rijdt met een 24 inch K-lite koersfiets, 2x7.
Allemaal tweedehands gekocht.

4.jpg
De rest van dit deel gaat alleen maar over fietstechniek, stop dus maar met lezen als dat je niet interesseert.


Deze fietsen hadden de volgende problemen:

  1. Batavus Cayuca: 3 jaar geleden gekocht voor 90€. Ik wou met deze fiets bewijzen dat een trekkingfiets geen 500€ hoeft te kosten. Ondertussen heb ik alles vervangen behalve frame en vork, soms omdat het nodig was, soms omdat het kon. Totaalfactuur +/- 650€.
    Sinds een half jaar vertoont het frame een scheur in het balhoofd die alsmaar langer wordt. Naïef geweest, 't is niet omdat hij een 1-inch vork heeft dat een 1-inch headset daadwerkelijk past. Ik vertrouw het frame niet met extra bagage dus neem ik met pijn in het hart afscheid.
  2. Koga Myata TerralinerLadyT 2001 (200€): sturen voelt niet goed maar de rest is in orde. Heeft vanaf begin nieuwe conussen, cassette, ketting en voorbladen. Frame is gelast na Roemenië (2017), middenstandaard inclusief bevestigingsplaat was afgescheurd.
  3. Cube Team 260: gekocht van forumlid Guido (?), 290€. Omgebouwd van MTB naar reisfiets door Guido. Dit is de beste reisfiets die we hebben, 26 inch, 55mm Big Apple banden, Cannondale starre voorvork. Cranks van 170mm waren te lang voor min één meter vijftig, vervangen door 152mm Suntour XCT JR junior cranks. Schakelt nog steeds slecht op de voorbladen.
  4. K-lite 24-inch koersfiets (90€): mijn probleemkind.
Ik had die K-lite koersfiets gekocht omdat ik die wel cool vond en omdat ik hoopte dat mijn zoon er een beetje sneller mee naar school zou fietsen. Maar het is een lastige cliënt gebleken:

  1. Hij remt slecht. Ik heb reeds extra crossremgrepen, Koolstop Salmon blokken en 105-remmen gemonteerd maar nog steeds niet niveau V-brakes.
  2. Hij is zwaar. Alles wat kan is in staal uitgevoerd. Ik heb ondertussen de zadelpen, drop-bars en cranks door aluminium exemplaren vervangen. Voorvork en wielnaven zijn nog staal.
  3. Hij heeft een vreselijke bandenmaat.
Net zoals er verschillende one-inch headsets en verschillende maten 26 inch wielen zijn, zijn er verschillende maten 24-inch wielen. Deze fiets heeft de weinig gangbare 24x1" maat oftwel ETRTO 25-540, in tegenstelling tot de normale 507mm ETRTO 24 inch-maat.

Tijdens deel één van de Frontlijnroute liep zijn achterband plotsklaps leeg, natuurlijk tijdens een hoosbui. De buitenband was gescheurd. Op de camping kreeg ik de band er niet af omdat ik mijn kunststof bandenlichters er niet tussen kreeg: de velgen waren te small (11mm). Dankzij een set verroeste stalen bandenlichters van de uitbater heb ik de band provisorisch kunnen plakken met een Rema buitenbandplakker. Bij de volgende fietsenmaker in Albert bleek dat dat 24x1" banden alleen in Parijs of Lille te vinden zouden kunnen zijn. De buitenbandplakker heeft het noodgedwongen de volgende 300km uitgehouden. Nadien heb ik er nieuwe Schwalbe Ones op gezet en dunne stalen bandenlichters bij de gereedschapsset gevoegd.

De Ones doen het nog altijd goed maar daarom is het nog geen reisfiets geworden. In Basel is mijn zoon blijven steken in een tramspoor, onervarenheid zonder veel erg. Hij valt meestal goed zoals jonge jongens dat kunnen. Maar de slechtste fietservaring van de Frontlijnroute was de afdaling na de Lingekopf. Na een paar dagen klauteren in de Vogezen volgt de beloning in de vorm van een afdaling van 16km naar Colmar. Wij keken hier allemaal heel erg naar uit, maar in augustus 2018 was de D11-6 net "heraangelegd" op Franse methode: er wordt een teerlaag gesproeid waarop losse split (fijne gravel) wordt gestort.

Als je pech hebt passeer je, zoals ons, daags na de werken. De split lag op sommige plaatsen meer dan 5 cm dik. Hoewel ik de afdaalsnelheid ver beneden de 20km/u hield -- in tegenstelling tot de gebruikelijke 40+ -- is mijn zoon toch gevallen en blijven schuiven. Gevolg: serieuze schaafwonden aan hand, arm en borst en een fobie voor losse steentjes.

3.jpg
RIP @ 19.229km

Voor mijn zoon was dus ik op zoek naar een nieuwe 24-inch'er. Voor mijzelf zocht ik een stalen VSF. Bij De Geus in Antwerpen konden ze me eventueel aan een T-50 frame helpen als er overschot was in de fabriek (prijs onder voorbehoud rond 350€), maar de fietsenmaker waarschuwde me dat het economisch geen zin had om een frame apart te kopen. Aangezien ik nog 2 sets wielen, alle rekjes en een volledige aandrijflijn had vond ik een nieuwe geen optie.

Uiteindelijk heb ik eind juni een 2dehands Giant Expedition RS Qzero gekocht voor 250€. Ondertussen had ik ook wat geboden op 24-inch Frogbikes maar daar moesten nieuwe banden, bagagerek, spatborden, crank, voorderailleur en -shifter op voor ze bruikbaar werden als reisfiets en dan werd het wel snel duur. Maar ik heb wel een 24-inch Stevens tour gevonden, aluminium frame met vaste stalen voorvork, 3x7 versnellingen, 160€.

Na een eerste testfietsweekend met zijn meter bleek de Stevens toch nog wat sloom te rijden. De 160mm-crank leek me wat lang voor min 1m30, de ketting was er ook een paar keer afgevallen, die gripshifts zijn te zwaar voor een kinderhand in combinatie met een voorderailleur, en een naafdynamo lijkt me ook overbodig voor de jongste en lichtste van het gezelschap als de rest zonder rijdt. Maar met de overbodige onderdelen van de nieuwe Giant was er wel wat mogelijk.

Mijn programma voor de dagen voor ons vertrek zag er dus als volgt uit:

  1. Batavus Cayuca en Giant Expedition tot op het frame afbouwen.
  2. Giant opbouwen met onderdelen Batavus.
  3. 152mm crank van de Cube Team 260 verwisselen met de 160mm crank van de Stevens Tour 24.
  4. Voorderailleur Tourney van Cube vervangen door Deore voorderailleur in de hoop slecht schakelen vooraan tegen te gaan.
  5. De naafdynamo van de Stevens Tour 24 uitspaken en nieuwe Miche naaf inspaken.
  6. Achternaaf Stevens Tour 24 (freewheel) vervangen door Deore naaf, uit- en inspaken
  7. 9-speed Deore XT derailleurs van de Giant op Stevens Tour 24 zetten.
  8. Deore Shifters van Cube Team 260 verhuizen naar Stevens Tour 24 wegens gemakkelijker te bedienen dan XT.
  9. Deore XT 9 shifters van Giant op Cube Team 260 monteren.
  10. Her en der cassettes veranderen van 12-23 of 12-27 naar 11-32 of equivalent.
  11. Tubus voordragers monteren.
't Is allemaal gelukt, maar Rose heeft mij voor de eerste keer in de steek gelaten: zij konden wegens zomerdrukte geen spaken leveren binnen de week, en het duurde ook nog eens 4 dagen om dat te laten weten. Verder bleek dat de Tourney voorderailleurs een smallere kettinglijn hebben dan Deore of Deore XT voorderailleurs, dus ben ik op zaterdag nog op zoek moeten gaan naar bredere trapassen.


1.jpg
Benieuwd naar het vervolg.
Je moet wel ontzettend van sleutelen aan een fiets houden :shock:

Gr Anja
Bedankt. Het was niet de bedoeling dat die fietsenmakerij allemaal tesamen ging komen maar Knowing me is knowing you.
1.jpg
Vallei Rio Salienca, links buiten beeld Alto de La Farrapona, familie in zicht

Nationaal Park Somiedo

Aan de autorit ga ik niet veel woorden vuilmaken. Hittegolf - o.a. Bordeaux 42º. Maar als bij toverslag keerde het weer aan de Spaanse grens: regen en een temperatuurval naar 22º.

Onze eerste camping op Spaanse grond had ik hoog in de Baskische bergen gevonden via Archie's campsite app. Ter plekke aangekomen bleek camping Lakiola in Legazpi al een heel tijdje dicht. Dan maar naast de camping gecampeerd. De Baskische buren waren heel vriendelijk, wij kregen onmiddelijk water en als we hadden gewild konden we direct meeëten. Het viel me weer op hoe steil Baskenland toch is, fietsers aldaar hebben mijn diepe respect.

Na een middagpauze aan de kust — Spaanse Keizerarend boven open zee! — zijn we in Pola de Somiedo aangekomen, het centrale dorp van Nationaal Park Somiedo. Mijn vrouw was er van overtuigd dat het ons niet zou lukken om te fietsen in berggebied, dus hadden we het bezoek aan natuurpark Somiedo gepland om rustig in te lopen.

De eerste fietstocht (zonder bagage) ging naar de Alto de La Farrapona, vanuit Pola de Somiedo (700m) dalen naar 600m en dan klimmen naar de Alto (hoogte) op 1700m. De tocht volgde de vallei van de Rio Salienca, de vallei was wonderschoon en de klim ging rustig. In ieder geval voor mij, de rest bleef achter maar dat is niet ongewoon, je klimt toch het beste op je eigen tempo. Na de gebruikelijke pauze(s) druppelden we terug samen. Het was wel raar dat mijn zoon eerst bij me was, verleden jaar was dochter steevast de tweede in rij. Mijn vrouw sloot zoals gewoonlijk af.

Zoon en vrouw deden alsof de wereld aan het vergaan was maar dat baarde me geen zorgen: het was warm en de zon scheen voluit. Mijn vrouw en zoon zijn warmte-intolerant, is het meer dan 25º dan hebben ze het lastig. Mijn dochter heeft daar geen last van, net als ik, maar wij kunnen dan weer niet goed tegen kou.

Bovenop de Alto de La Farrapona had ik meteen spijt dat we de bagage niet bijhadden. De weg liep aan de andere kant van de col verder als een onverharde piste die richting schilderachtige onbekende eindes voerde. In plaats van verder te trekken hebben we net als alle andere toeristen — die met de auto de col oprijden — een wandelingetje naar het dichtsbijzijnde meer gemaakt. Tijdens de wandeling begon het snel dicht te trekken en binnen het half uur hing het wolkendek op onze hoogte, het kan hier dus snel gaan.

Tijdens de afdaling kon ik het weggedrag van mijn "nieuwe" Giant Expedition observeren. Hij trackte recht, zonder handen ging perfect, geen shimmy, over- of onderstuur. Ook van de andere fietsen waren geen stukken gevlogen, missie geslaagd dus. Terug beneden deed het 100m-klimmmetje in de staart minder pijn dan verwacht. De eerste dag van meer dan 1000 hoogtemeters zat er op. Volgens de eTrex hadden we 50km en 1891 hoogtemeters gedaan.

De volgende dag moesten we verhuizen wegens een evenenment. De deelnemers en entourage hadden alle plaatsen op de camping van Pola de Somiedo geboekt. Dat evenement bleek een Ultra Marathon van 89km met 10.000 hoogtemeters te zijn. Het verschil tussen zulke atleten en gewone stervelingen blijft mij verbazen, ik denk niet dat ik het fietsend zou bolwerken op verharde weg, laat staan lopend in de bergen. 10.000m is nog meer dan dat onnozele everesting dat blijkbaar een ding is.

6.jpg
Camping Lagos de Someido

Gelukkig moesten we niet ver verhuizen, een beetje verder maar wel een pak hoger (1200m) is nog een camping genaamd Lagos de Somiedo. Deze camping ligt in Valle de Lago. De naamgeving in Somiedo is missschien niet zo duidelijk, ik zal proberen te helpen.

Een pola is een klein dorp. Pola de Somiedo is dus een klein dorp in Somiedo. Boven in de bergen, hoog boven Pola de Somiedo, liggen een aantal bergmeren, de Lagos de Somiedo. Tussen de Lagos de Somiedo en Pola de Somiedo ligt een vallei die Valle de Lago, Vallei van het Meer, noemt. Het uitgestrekte dorp in deze vallei heeft dezelfde naam, ook Valle de Lago dus, en de camping in dit dorp noemt Lagos de Somiedo omdat dit een catchy naam is. De rivier noemt Rio del Valle (Rivier van de Vallei) omdat die naam de lading dekt en het grootste meer noemt Lago del Valle (Meer van de Vallei) omdat dat een goede naam voor een meer is.

In ieder geval, 's voormiddags zijn we verhuisd naar Lagos de Somiedo, de camping. Voor de rest van de dag wou ik graag naar de Lagos van Somiedo, de meren, fietsen, maar één blik op het gezicht van mijn dochter leerde dat dat geen optie was. Geen probleem, de deal was wandelen of fietsen , wandelen dus.

We zijn dus in de Valle de Lago naar het Lago del Valle gewandeld en dan nog wat hoger geklommen in de bergen rond het meer. De wandeling was wondermooi, en het uitzicht vanaf de bergen nog beter. We hadden gerust nog wat hoger gekund, de kans zat er dik in dat we Alto de La Farrapano terug hadden kunnen bereiken, of toch minstens zien, maar een wolkendek op 1800m stak daar een stokje voor. Toch een zeer mooie wandeling, enig minpunt waren problemen met de eTrex maar dat bleek later PEBKAC te zijn. (17km, 860hm).

2.jpg
Lago del Valle en de Valle de Lago

's Nachts is het beginnnen regenen en dat is het tot 14u blijven doen. Geen probleem, de aanloop naar deze vakantie was zo hectisch dat we allemaal blij waren om een ochtend in de bar van de camping te zitten lezen. Lagos de Somiedo, de camping, is trouwens een dikke aanrader; geen auto's op het kampeerterrein, campers apart, bar/restaurant en een micro-winkeltje. Niet supergoedkoop maar te doen. En minstens 3 interessante wandeltochten vanaf de camping.

's Namiddags zijn we te voet afgedaald — hoger klimmen had geen zin — naar Veigas, in de vallei van de Rio Salienca. Onderweg naar beneden kwamen we verschillende ultramarathonlopers tegen. In Veigas heeft een zeer vriendelijke dame ons in haar beste Frans een privé-rondleiding gegeven in het plaatselijke Ecomuseo. Terug klimmend naar de camping werden we regelmatig voorbijgestoken door lopers. Negenentachtig kilometer, 10.000 hoogtemeters, minstens 6 uur continu regen; wij hebben voor elke loper geapplaudiseerd. Ik kon mij voornamelijk terugvinden in de strompelende deelnemer die ons toevertrouwde "Es el infierno..." (12km, 550hm)

3.jpg
Teito in Ecomuseo Somiedo, Veigas

De volgende dag moesten wij vroeg uit bed wegens afspraak voor beren-excursie met Somiedo Experience. Nationaal Park Somiedo is één van laatste plaatsen in Spanje waar nog bruine beer voorkomt. Ik wist dat de kans klein was om überhaupt beer te zien (hoogzomer is niet het beste moment), maar wou toch minstens één poging gedaan hebben, dus vonden wij ons om 7u 's morgens terug in Pola de Somiedo. Ondanks uren kijken hebben we geen beer gezien, wel reeën en herten. Nadien nog een aangename excursie met gids Sofia. Zoals jullie uit dit mooie promo-video-portret kunnen afleiden is het geen gewone dame; het grappigste vond ik haar fulminades op Spaanse chauffeurs die in haar ogen allemaal onverantwoord snel reden. (Wij zijn bijna sneller met de fiets dan zij in haar auto.)

Maar die ochtend kijkend naar een doodgewone valleiwand — beren zitten niet hoog — ging voor mij redelijk naar de essentie: wanneer ben je ergens geweest? — waarom kost het zoveel moeite (en geld) om stil te kunnen blijven zitten? — wannneer heb je gewoon gekeken en wanneer heb je iets gezien? — hoe komt het toch dat sommige mensen zoveel meer zien als ik naar hetzelfde ding kijk?

Dat laatste is een stomme frustratie, ik ben steevast de laatste om een dier of vogel te ontdekken. De sleutel is natuurlijk dat je altijd meer ontdekt hoe langer je kijkt, en, dat ervaring dubbel telt. Sofia zag als chauffeur — tijdens het rijden — reeën en gemzen die geen van ons terug kon vinden. Maar optische hulpmiddelen tellen evenzeer; ik ben twee dagen later om 7 uur 's ochtends naar dezelfde plek teruggekeerd, ik heb iets zien bewegen, maar slechts gewapend met mijn armoedige verrekijker kon ik er geen beer van maken, hoe graag ik ook gewild had. Het was wel dikker dan een hert of een ree...

4.jpg
Na de berenexcursie zijn we op aanraden van Sofia naar Braña de Mumián (1400m), een oud zomerdorp met Teitos en ommuurde weides, gewandeld. Mooi maar zouteloos, typisch voor het soort van excursies die aangeraden worden aan families met kinderen. Sinds 2010 (wandelvakantie Mercantour) weet ik dat mijn dochter, toen zes, sneller kan klimmen en dalen dan mij, als ze dat wil. Of zoals mijn vrouw zei na het lezen van de reacties hierboven: "Het zou fijn zijn als we op achtenzestig nog evenveel zouden kunnen als een jongen van tien. Of dat we dat zelf zouden geloven".

5.jpg
Vanop de Pico Alto (1850m)

Wij zijn vanaf de Braña verder omhoog gegaan langs een klein pad dat ik op OFM ontwaardde. Plots mochten we niet meer verder: een afgebleekt verbodsbord met melding reservaat, zonder omheining, afscherming of aanduiding wat nu reservaat was en wat niet. We hebben het pad verlaten om rond deze onduidelijke zone te trekken. Zonder pad was er voornamelijk gaspeldoorn: pijnlijk, vooral voor de kinderen in korte broek. Maar het uitzicht vanop Pico Alto (1850M) was fabuleus. De afdaling was niet evident maar met enig geluk heb ik een redelijke weg langs koeiepaadjes door de brem gevonden. Toch nog een fijne wandeling geworden: 10km, 816hm.

7.jpg
Wandeling Braña de Mumián (groen), rood is improvisatie

Ondertussen stonden die fietsen al twee dagen op de camping te schilderen. Ik heb geprobeerd mijn vrouw te overhalen om de auto op camping Lagos de Somiedo te laten staan en aan onze fietslus te beginnen. Het was er de juiste camping voor, maar zij wou er niet van weten.

De zuidelijke toegangspoort tot Somiedo, Puerto de Somiedo, ligt op 1450m hoogte. Aangezien wij naar het zuiden moesten, betekende dit: afdalen van 1200m (camping) naar 700m (Pola de Somiedo) en dan terug stijgen tot 1450m. En op de terugweg hetzelfde omgekeerd. Ik zag dat wel zitten, maar volgens mij vrouw zouden we zowieso één dag doen op de klim naar Puerto de Somiedo. Daar was geen camping, ook niet in de buurt, de dichtbijzijnde lag terug op 1000m.

En er was nog één wandeling die we per sé wouden doen: een tocht van Puerto de Somiedo (1450m) naar de top van de Cornón (2188m). Volgens het bergwandelboek van Jan Knaapen boodt de Cornón mogelijk uitzicht op de Atlantische Oceaan, niet te missen dus. Ik heb me dus laten doen, we zijn voor de tweede dag op rij op de camping met de auto vertrokken.

8.jpg
Onderweg naar de Cornón

De wandeling was stevig en wondermooi. De Altantische Oceaan hebben we niet gezien, maar wel fantastische panorama's, onder andere van onze Braña de Mumián-wandeling. Ik geniet altijd van het moment waarop je het landschap begint te herkennen, dat is die vallei, dat is die berg, daar hebben we gisteren gewandeld, achter die kam hebben we gefietst. Kijken en iets zien. Achteraf gezien was deze wandeling de mooiste van de hele vakantie. 16km, 1026hm

9.jpg
Vanop de top van de Cornón


Daarmee is het hoofdstuk Somiedo ten einde. Een fantastisch berggebied dat voor ons op dezelfde hoogte staat als de Queyras of Mercantour, goede infrastructuur maar toch nog ongerepte, wondermooie natuur.

10.jpg
Blauw gefietst, zwart gewandeld.
León and beyond

Het plan was dus om in León (of omgeving) een plaats te vinden om onze auto achter te laten en te beginnen fietsen. De keuze voor León was in de eerste plaats ingegeven door de centrale ligging: moesten we er niet in slagen een volle lus te maken dan konden we wellicht met openbaar vervoer terug bij onze auto geraken. Ondertussen was er nog een tweede reden om dringend naar León af te zakken: we hadden Camping Gaz nodig. We hadden nog wel 2 halve CV470 patronen, maar dat was niet genoeg voor de rest van de reis.

1.jpg
León

Wij dus naar León voor, om kort te zijn, een rotdag. De camping die Archie's in León toonde, is geen stadscamping maar een openbaar parkeerterrein waar campers staan. Geen plek om een tent op te zetten laat staan een auto te parkeren voor een paar weken. Andere campings in een straal van 30km zijn van het type georganiseerde sloppenwijk. In de buitensportwinkels in León is geen Camping Gaz te vinden, alleen schroefblikjes. De Decathlon van León die op de Decathlon-site vermeld wordt is geen winkel maar wel een afgesloten distributiecentrum in een afgelegen industrieterrein. Noch in tuincentra, doe-het-zelf-zaken of de gigantische Hyper-Carrefour zijn de juiste Camping Gaz-patronen te vinden. En na de natuurpracht van Somiedo valt de vlakte rond León zwaar tegen: droog, stoffig en saai.

Uiteindelijk rij ik balend als een stekker terug naar de bergen in het noorden, naar camping Rio Luna in Sena de Luna. Ik ben stikkapot want ik heb 300 km auto gereden in stressvolle omstandigheden en ik ben super chagrijnig want in vogelvlucht hebben we sinds vanmorgen 25 km afgelegd. We hadden dus beter de auto in Somiedo laten staan en naar hier gefietst. Maar deze camping is wel fijn en we kunnen zonder problemen onze auto achterlaten.

De volgende dag beginnen we eindelijk te fietsen. Camping Rio Luna ligt langs de noordelijke variant van de St-Jacobs-route van Clemens Sweerman. Ons plan is om deze route een stuk naar het oosten te volgen en dan naar het zuiden af te buigen. Voor het gas op is willen we in Ponferrada geraken want daar is een echte Decathlon.

2.jpg
Terugblik op de Cornón, langs de CL-626, daar hebben we dus boven gestaan

Zoals onze vrienden gezegd hadden is de vallei van de Rio Luna tot Villablino heel mooi, weids uitgestrekt. Van de fietsroute zijn we minder onder de indruk: zij volgt de hele tijd de CL-626 en dat is eigenlijk geen rustige baan. Maar de Spaanse chauffeurs zijn hoffelijk en houden ruim afstand. In Villablino laat de route zelfs een stuk van 6 kilometer Vía Verde links liggen, dat had Kees Swarts niet laten gebeuren.

3.jpg
Via Verde langs oude mijninfrastructuur

In Villablino moeten we kiezen: we kunnen hier langs de grote CL-631 richting zuiden afzakken, of, als ik de eTrex laat rekenen met "Tolwegen vermijden", kunnen we er ook via kleinere wegen geraken. De keuze is makkelijk gemaakt, iedereen is die grote baan beu. Maar een eTrex toont geen hoogteprofiel, er volgt dan ook een stevige klim van 970m naar 1370m. Tijdens de klim blijft de dochter steeds verder achter. Verleden jaar was de volgorde van achter naar voor: vrouw, zoon, dochter, ik. Nu wil of kan dochter (15) niet, ik probeer haar mee te krijgen maar ze wil niet, ze wil met rust gelaten worden. Ik kan niet naast haar blijven want met haar 26 inch wielen en 22T/34T-versnelling kan ze veel trager dan mij (of mijn vrouw) rijden, zo'n 3,5km/u, aan dat tempo geraak ik niet boven.

Boven op de col genaamd Puerto de Cerredo heb ik dus ruimschoots de tijd om rond te kijken. Wat een vreemde verlaten omgeving. Langs de ene kant is een overgroeid parkeerterrein voor honderden auto's met speeltuin en picknick zone, langs de overkant zijn er een tiental gemetste barbecue's met tafels en een beetje verder is er een heuse overdekte picknick-plek met barbecue en kampvuurplek. De verschillende plekken zijn allemaal afgebakend met houten afsluitingen. Tussendoor lopen koeien. Aangezien het laat begint te worden, en het weer dreigend, kiezen we ervoor om de tenten onder het dak tussen de tafels te zetten, er is hier toch niemand en dat scheelt morgen bij het inpakken. Een half uur later komt dochter met oortjes in boven gepeddeld. We hebben er 54km en 867m op zitten.

4.jpg
Puerto de Cerredo

Op een paar wagens en 2 ruiters na passeren er inderdaad geen mensen. Maar koeien betekent hier ook honden. De wit-bruin gevlekte hond trekt zich niets van ons aan en blijft buiten de picknick-zone, de beige hond is frank en probeert de hele tijd bij ons en het eten te komen. Als je hem terug in de wei duwt blijft hij even weg maar hij staat er binnen het kwartier terug. Tegen valavond blijkt dat er nog twee andere honden van de andere kant van de col erg geïnteresseerd zijn. Daar wil onze beige hond dan weer niets van weten. Zodra ze op minder dan 50 meter komen jaagt hij ze met luid geblaf weg. Je kan al raden hoe goed ik die nacht geslapen heb. De honden waren echter niet de belangrijkste stoorzender, dat waren de koeien. Ik had verwacht dat die 's nachts wel zouden slapen maar volgens mij werden die koeien zelf de hele nacht wakker gehouden door hun koeiebellen. Ik had er nog nooit bij stil gestaan hoe ongelooflijk luid die koeiebellen toch zijn, volgens mij noemen we dit binnen 10 jaar dierenmishandeling. (Volgens de enige studie die ik vond is de invloed van die bellen op het welzijn van de koeien niet duidelijk maar liggen ze wel minder neer met een bel. Er is wel sprake van 100dB op 20cm!)

's Morgens hangt de vallei beneden ons vol wolken, de kinderen hebben goed geslapen (handig toch, makkelijke slapers) en de zon is van partij.

5.jpg
Puerto de Cerredo, de volgende morgen
1.jpg
Kerk voor Raadje Plaatje

Naar Burbia

Gezien we hoog geslapen hebben (1350m) beginnen we met een korte afdaling. Het is nog fris in de schaduw, maar slechts een paar kilometer verder in Cerredo (1014m) mogen we terug beginnen klimmen naar 1350m dus zijn we snel terug opgewarmd. Nadien volgt een lekker lange afdaling tot op 800m, dat gaat lekker. Mijn "nieuwe" Giant is spijtig genoeg niet stijver dan m'n afgedankte Batavus Cayuca, dat valt me tegen voor een fiets met Expedition in de naam. Hij is natuurlijk wel flink beladen...

2.jpg
Open mijn in Fabero

Omdat we minder hoog zitten is het meteen een flink pak warmer, wat zoon en vrouw niet nalaten te vermelden. We rijden nu langs de Espacio Natural de los Ancares Leoneses y Alto Sil. Minder hoge bergen, meer dorre begroeing, gaspeldoorn, brem, kleine bomen. Wij willen morgen een dag in dit gebied gaan wandelen, dus zou een camping handig zijn. Volgens Archies zijn er drie, één in Candin, één in Vega de Espinareda en één in Burbia. Volgens Google is de camping in Candin gesloten, dus die valt af. Om 17u staan we voor de camping in Vega de Espinareda (600m). Ik kan de rest overtuigen om een laatste inspanning te doen om naar Burbia (900m) door te rijden, want Vega de Espinareda is één grote tristesse waar weinig te wandelen valt. Het is toch maar 22km.

3.jpg
Serra de los Ancares Leoneses, wachtend op de rest

Die 22km zijn spijtig genoeg geen geleidelijke klim van 600m naar 900m maar wel op en neer, van 600m naar 770m, terug naar 620m, dan naar 1050m om dan finaal af te dalen naar 900m. Op de eerste klim (600 naar 770) doen we een prachtige waarneming van Slangenarend, 10m boven onze hoofden. In de vallei op 620m is er een zeer aanlokkelijk openluchtzwembad, en de klim vanuit die vallei naar 1050m is wondermooi. Vind ik toch.

Op dit laatste stuk van 620m naar 1050m pauzeer ik als gebruikelijk na een half uur om te wachten op de rest. Mijn zoon (10) verschijnt na 25 minuten wachten, mijn vrouw volgt nog een pak later en dochter sluit af op 50 minuten. Het vat is af zoals dat ze dat zo zeggen. Met veel hangen en wurgen belanden we uiteindelijk om 20u45 in Burbia.

5.jpg
Burbia, de volgende dag

Ik ben dolgelukkig dat ik heb doorgezet want Burbia is magnifiek. Prachtig dorp en fantastisch gelegen op het einde van een vallei, slechts bereikbaar via één verharde weg. En de camping-auberge is top: ruim en heel rustig. (74km, 1621m)

4.jpg
In het dorp Burbia
Burbia - Villafranca

Na een rustig ontbijt op de fantastische camping en korte wandeling naar het dorp -- nog altijd even mooi -- komen we er achter dat er geen bakker noch kruidenier in Burbia is. Lastig maar overkomelijk, we zullen morgen op de fiets wel iets tegenkomen. Vandaag is wandeldag, er loopt een wandelroute door het dorp naar een uitkijkpunt boven (en verder). Terwijl we de kaart van de route bestuderen worden we aangesproken door een local, die onmiddelijk van Spaans naar Frans overschakelt en voor ons brood regelt. We krijgen een lading diepvriesbrood mee van een buurvrouw, die tevens voor ons vers brood zal kopen bij de bakker die ergens in de namiddag langskomt. Leve Burbia!

1.jpg
Het motto van deze vakantie mag dan wel wandelen of fietsen zijn, maar vandaag was het blijkbaar noch wandelen noch fietsen. Een combinatie van factoren -- vermoeidheid van gisteren, warmte, ontbrekende schaduw, slechte weg -- leidt ertoe dat ik na het late middagmaal alleen verder wandel naar een uitkijkhut op de top van Piedra de Miradelo (1760m). Dalend probeer ik een weg binnendoor naar de camping te vinden maar door deze woestenij van brem, gaspeldoorn en boomhei is niet door te komen. Ook geen vogels gezien. Dan maar terug langs dezelfde, veel te steile, 4x4-piste. 's Avonds komt alles weer goed als we gaan eten in de gelagzaal van de camping-auberge. Goedkoop en lekker maar voor de vegetarische kookkunsten moet je het niet doen. (20,8km, 1284m)

2.jpg
Vanop Piedra de Miradelo (1760m)

We verlaten Burbia op een gravelpiste. Vandaag willen we in Ponferrada geraken om gas te kopen. Dat betekent de Rio Burbia volgen tot Villafranca del Bierzo en dan van Villafranca del Bierzo naar Ponferrada langs de officiële Camino de Santiago.

3.jpg
Gravelen langs de Rio Burbia

De vallei van de Rio Burbia is prachtig fietsgebied. Wij dalen af van 900m (Burbia) tot 505m (Villafranca) langs een woeste vallei met heel weinig verkeer. 's Middags doen we een poging in het water te plonzen maar ondanks de loden hitte is het water veel te koud. Eigenlijk was die klimtocht van gisteren een vergissing: in zo'n Sierra concentreert het leven zich rond het water. We hadden beter zwemkledij aangetrokken en de bovenloop van de Burbia geëxploreerd.

4.jpg
Vallei Rio Burbia

In Villafranca kan je niet naast de Sint-Jacobsroute kijken, zelfs de leuning van de brug is met schelpen versierd. Best een aardig stadje met verbazingwekkend veel horeca.

5.jpg
Villafranca del Bierzo
Van Villafranca del Bierzo naar Ponferrada langs de Camino de Santiago

Als jullie tussen mijn veel te lange posts nog ietwat overzicht kunnen bewaren dan weten jullie van de voorbereiding dat we eigenlijk maar 2 fietsroutes bijhadden. Een noordelijke route, waarlangs we de auto hebben achtergelaten en waarvan we reeds een stukje afgelegd hebben, en de officiële St-Jacobsroute. Die Camino de Santiago had voor ons beiden een mythische klank. We zijn niet religieus maar zo'n lange tocht langs eeuwenoude wegen moet toch wel een belevenis zijn.

Wij zijn van dit geloof genezen.

Die wegen mogen dan misschien wel eeuwenoud zijn, maar ze zijn ondertussen geasfalteerd en druk bereden. Dit stuk van Villafranca naar Ponferrada, tegen de richting van de camino, is lelijk en oersaai, zowel qua weg als qua landschap. Als je dan toch de fysieke inspanning wil leveren, waarom dan niet een 50-tal kilometer naar het noorden waar je fantastische landschappen hebt?

1.jpg
Camino de Santiago, let op het afgesleten voetpad links

2.jpg
Camino de Santiago, let op het padje links

3.jpg
Camino de Santiago, idem

4.jpg
Camino de Santiago

5.jpg
yeah right